Wij zijn aangesloten bij de Nederlandse Orde van Advocaten

Werkwijze Boer & Van Schoonhoven advocaten in verband met het Coronavirus

Het Coronavirus verspreidt zich steeds meer, niet alleen in Nederland, maar ook wereldwijd. Ook wij als Boer & Van Schoonhoven advocaten hebben daarom de onderstaande maatregelen genomen. Niet alleen om de verspreiding van het virus tegen te gaan, maar ook om de risico’s voor onze medewerkers en u als cliënten en relaties en uw omgeving te beperken.

Maatregelen

  • wij houden ons uiteraard aan de richtlijnen van de RIVM en de overheid;
  • wij hebben passende hygiënemaatregelen op ons kantoor genomen;
  • onze medewerkers werken, als dat kan, vanuit huis;
  • wij beperken fysieke besprekingen tot een minimum en doen deze besprekingen zoveel mogelijk telefonisch;
  • wij zijn telefonisch en per e-mail goed bereikbaar voor u.

Zittingen

De Rechtspraak heeft besloten de rechtbanken, gerechtshoven en bijzondere rechtscolleges vanaf 17 maart te sluitenUrgente zaken gaan wel door. Dit zijn zaken waar een rechterlijke beslissing niet achterwege kan blijven omdat het bijvoorbeeld raakt aan de rechten van verdachten of rechtzoekenden.

Wij zullen u tijdig informeren of een zitting doorgang zal vinden of niet.

 

Met deze maatregelen kunnen wij digitaal en op afstand in uw zaak blijven werken zoals u dat van ons gewend bent. Wij blijven ons voor de volle 100% inzetten voor u! Hebt u vragen dan kunt u ons gewoon telefonisch of per e-mail bereiken.

 

Met vriendelijke groet,

 

Wilma Boer & Linda van Schoonhoven

Column Schaapskooi 28 januari 2020; De schuldloze derde regeling

Tweewekelijks schrijven Boer & Van Schoonhoven advocaten, Feijen & De Vries Notarissen, PM Belastingadviseurs en Veldhuis Advies een column waarin zij ingaan op specifieke financiële en juridische zaken. Deze column is geschreven door mw. mr. (Lotte) C.C.A. Middelhuis, juridisch medewerker bij Boer & Van Schoonhoven advocaten in Heerde.

De Schuldloze Derde Regeling

Letsel door een ongeval met meerdere auto’s maar de aansprakelijkheid is onduidelijk.
Het kan zomaar voorkomen: u bent slachtoffer van een verkeersongeluk waarbij behalve uzelf, minstens twee andere partijen zijn betrokken. U kunt daarbij bijvoorbeeld denken aan een kettingbotsing of aan een botsing met twee auto’s en een fietser. U hebt letsel opgelopen naar aanleiding van het verkeersongeluk en spreekt automobilist A aan voor deze schade. De verzekeraar van automobilist A geeft echter aan dat zijn verzekerde niet aansprakelijk is omdat een andere automobilist volgens de verzekeraar aansprakelijk kan worden gehouden. Daarop spreekt u automobilist B aan voor uw schade. Ook hier krijgt u van de verzekeraar hetzelfde te horen: automobilist B is niet aansprakelijk omdat volgens de verzekeraar een andere automobilist aansprakelijk kan worden gehouden. Kortom, geen van de betrokken partijen wil de aansprakelijkheid erkennen.

Hoe krijgt u uw schade nu vergoed?
Als het aannemelijk is dat u geen schuld treft aan het ontstaan van het ongeval kunt u een beroep doen op de schuldloze derde regeling. De schuldloze derde regeling zorgt ervoor dat zolang er geen duidelijkheid is over de aansprakelijkheid, de schuldloze derde niet zonder vergoeding van de schade achterblijft. Het doel hiervan is dat een schuldloze derde niet de dupe is van het feit dat verzekeraars onderling een discussie hebben over de aansprakelijkheid. U kunt dus via de schuldloze derde regeling toch uw schade vergoed krijgen, zonder dat de aansprakelijkheid is erkend.

Hoe werkt de schuldloze derde regeling?
U kunt als schuldloze derde zelf een van de betrokken partijen aanwijzen die de schade aan u moet vergoeden. De aangewezen partij kan dan later, de aan u uitgekeerde schade verhalen op de aansprakelijke partij. De aangesproken partij schiet uw schade dan als het ware ‘voor’. Het Verbond van Verzekeraars heeft in Bedrijfsregeling 7 geregeld dat de eerste partij die door de schuldloze derde wordt aangesproken, de schade moet vergoeden. Deze verzekeraar wordt ook wel de ‘regelend verzekeraar’ genoemd.

Bent u bij een verkeersongeval betrokken maar was u zelf geen bestuurder, maar inzittende, dan kunt u de WA-verzekeraar van het voertuig waarin u zich bevond aanspreken voor vergoeding van uw schade.

Is daarmee de kous af?
Voor u als schuldloze derde is daarmee de kous af. De regelend verzekeraar zal nadat duidelijkheid is verschaft over de aansprakelijkheid, het aan u uitgekeerde bedrag verhalen op de verzekeraar van de aansprakelijke partij.

Heeft u vragen over dit onderwerp? Bel mij gerust op telefoonnummer (0578) 69 00 80. Mailen mag natuurlijk ook: ccamiddelhuis@bvs-advocaten.nl.

Lotte Middelhuis

www.bvs-advocaten.nl

 

Column Schaapskooi 17 december 2019; Duur van de partneralimentatie

Tweewekelijks schrijven Boer & Van Schoonhoven advocaten, Feijen & De Vries Notarissen, PM Belastingadviseurs en Veldhuis Advies een column waarin zij ingaan op specifieke financiële en juridische zaken. Deze column is geschreven door mr. W.H. (Wilma) Boer, advocaat bij Boer & Van Schoonhoven advocaten in Heerde. Wilma is gespecialiseerd in personen- en familierecht en strafrecht.

Duur van de partneralimentatie

Herziening partneralimentatie per 01/01/2020
Een ex-partner had vóór 1994 in beginsel recht op levenslange partneralimentatie. Volgens de huidige regeling, bedraagt de duur van de partneralimentatie in beginsel maximaal 12 jaar. Per 01/01/2020 treedt de Wet Herziening partneralimentatie in werking en wordt de duur van de partneralimentatie verder verkort.

Hoofdregel maximaal 5 jaar partneralimentatie
De hoofdregel wordt dan dat de duur van de partneralimentatie gelijk zal zijn aan de helft van de duur van het huwelijk met een maximum van 5 jaar.

Bent u 14 jaar getrouwd, gaat u scheiden en is het ontvangen c.q. het betalen van partneralimentatie aan de orde? Dan heeft u op dit moment nog recht op maximaal 12 jaar partneralimentatie c.q. dient u maximaal 12 jaar partneralimentatie te betalen. Wordt de scheiding aangevraagd na 01/01/2020 dan zal maximaal 5 jaar aanspraak kunnen worden gemaakt op partneralimentatie c.q. dient maximaal 5 jaar partneralimentatie te worden voldaan.

Uitzonderingen
Op deze hoofdregel van maximaal 5 jaar zijn drie uitzonderingen, te weten:

  1. bij huwelijken langer dan 15 jaar en diegene die de partneralimentatie ontvangt is ten hoogste 10 jaar jonger dan de AOW-leeftijd;
  2. bij huwelijken langer dan 15 jaar en diegene die de partneralimentatie ontvangt is op of vóór 01/01/1970 geboren en zijn/haar leeftijd is meer dan 10 jaar lager dan de AOW-leeftijd;
  3. als er uit het huwelijk kinderen zijn geboren, die jonger zijn dan 12 jaar.

Uitzondering 1
In dit geval geldt een duur voor de partneralimentatie tot het moment waarop diegene die de partneralimentatie ontvangt, de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Ik verduidelijk dit met een voorbeeld: u bent 17 jaar gehuwd, heeft recht op partneralimentatie en u heeft over 8 jaar recht op AOW. In dit geval eindigt de partneralimentatie niet na 5 jaar, maar na 8 jaar, het moment dat u AOW gaat ontvangen.

Uitzondering 2
In dit geval geldt een duur voor de partneralimentatie van maximaal 10 jaar. Ook hier een voorbeeld: u bent meer dan 15 jaar gehuwd, heeft recht op partneralimentatie en u bent geboren op 12/12/1969. In dit geval eindigt de partneralimentatie na 10 jaar.

Uitzondering 3
De duur van de partneralimentatie loopt in dit geval tot het jongste kind 12 jaar is geworden. Gaat u scheiden en is het jongste kind van u en uw ex-partner op het moment van scheiding 3 jaar dan zal de duur van de partneralimentatie 9 jaar bedragen.

Heeft u een vraag?
Wilt u weten hoelang u partneralimentatie krijgt of moet betalen, of wilt u de alimentatie opnieuw laten berekenen omdat uw omstandigheden zijn gewijzigd? Bel of mail mij gerust. Ik ben telefonisch te bereiken op telefoonnummer (0578) 690080 en via het e-mailadres whboer@bvs-advocaten.nl.

Column Schaapskooi 22 oktober 2019: letselschadevergoeding vrijgesteld van de vermogenstoets

Tweewekelijks schrijven Boer & Van Schoonhoven advocaten, Feijen & De Vries Notarissen, PM Belastingadviseurs en Veldhuis Advies een column waarin zij ingaan op specifieke financiële en juridische zaken. Deze column is geschreven door mr. W.H. (Wilma) Boer, advocaat bij Boer & Van Schoonhoven advocaten in Heerde. Linda is gespecialiseerd in aansprakelijkheidsrecht en letselschaderecht, en LSA- en ASP-advocaat.

Goed nieuws voor letselschadeslachtoffers! Letselschadevergoeding wordt per 1 januari 2020 vrijgesteld van de vermogenstoets van de Wlz en Wmo!
In mijn column van 16 oktober 2018 in deze krant schreef ik al dat Minister De Jonge (VWS) in zijn brief van 13 juli 2018 had aangekondigd dat de letselschadevergoeding die letselschadeslachtoffers ontvangen, wordt uitgezonderd van de vermogenstoets van de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Oftewel deze schadevergoeding telt niet meer mee voor de vaststelling van de hoogte van de eigen bijdrage, wat tot op heden wel het geval is voor letselschade-uitkeringen gedaan ná 10 oktober 2010.

De minister De Jonge heeft nu in zijn brief van 25 juni 2019 aangekondigd dat per 1 januari 2020 de letselschadevergoeding wordt uitgezonderd van de vermogenstoets in het kader van Wlz en Wmo.

Een letselschadevergoeding is vermogen.
Als een letselschadezaak wordt geregeld, dan ontvangen letselschadeslachtoffers vaak een groot bedrag ineens. Deze schadevergoeding wordt dan aangemerkt als vermogen in box 3. Het letselschadeslachtoffer moet daarover vermogensbelasting betalen, maar het heeft ook invloed op bijvoorbeeld de vermogenstoets voor de huurtoeslag, de zorgtoeslag, het kindgebonden budget en de eigen bijdrage die wordt opgelegd in het kader van Wlz en Wmo.

De vermogensvrijstelling geldt alleen voor de eigen bijdrage vanuit de Wlz en Wmo
Als een letselschadeslachtoffer vanwege zijn letsel hulp nodig heeft bij zijn dagelijkse verzorging,  (activiteiten)begeleiding krijgt of bijvoorbeeld hulp in het huishouden nodig heeft, dan wordt deze zorg vaak ontvangen vanuit de Wlz of Wmo. Daarvoor moet het letselschadeslachtoffer dan een eigen bijdrage voor betalen. Deze eigen bijdrage wordt vaak vastgesteld door het Centraal Administratie Kantoor (CAK).

Deze eigen bijdrage ging dan vaak fors omhoog als de letselschadezaak werd afgewikkeld en het letselschadeslachtoffer een groot bedrag ineens ontving. Soms wel van € 17,40 per 4 weken naar ruim € 600,00 per 4 weken. Dat werd als onrechtvaardig ervaren.

Per 1 januari 2020 wordt de letselschadevergoeding niet meer meegeteld bij het vaststellen van de eigen bijdrage door het CAK. Het letselschadeslachtoffer kan dit dan aangeven door een formulier in te vullen dat te vinden is op www.cak.nl. Dit formulier moet dan samen met de vaststellingsovereenkomst of een uitspraak van de rechter en een bankafschrift waaruit blijkt dat de letselschade-uitkering is gestort en door wie, worden gestuurd naar het CAK.

Vermogenstoets voor andere toeslagen
Vanuit de letselschadebranche is er ook een beroep gedaan op de politiek om de letselschadevergoeding uit te zonderen voor de overige vermogenstoetsen (huurtoeslag/zorgtoeslag/etc.)  door deze niet meer aan te merken als vermogen of juist als bijzonder vermogen. De politiek is daartoe helaas nog niet bereid. Maar wie weet wat de toekomst ons nog brengt…..

Heeft u vragen over dit onderwerp? Bel mij gerust op telefoonnummer (0578) 69 00 80. Mailen mag natuurlijk ook: jlvanschoonhoven@bvs-advocaten.nl.

Linda van Schoonhoven

 

 

 

 

 

Column Schaapskooi 16 april 2019: voorlopige voorzieningen

Tweewekelijks schrijven Boer & Van Schoonhoven advocaten, Feijen & De Vries Notarissen, PM Belastingadviseurs en Veldhuis Advies een column waarin zij ingaan op specifieke financiële en juridische zaken. Deze column is geschreven door mr. W.H. (Wilma) Boer, advocaat bij Boer & Van Schoonhoven advocaten in Heerde. Wilma is gespecialiseerd in personen- en familierecht en strafrecht.

Voorlopige voorzieningen tijdens de scheidingsprocedure
Het komt voor dat als u in een scheidingssituatie zit er zo spoedig mogelijk een aantal zaken geregeld moeten worden en er niet kan worden afgewacht totdat de scheiding definitief is. In een dergelijk geval kunnen er voorlopige voorzieningen worden gevraagd aan de rechter. Dit kan alleen als sprake is van een scheiding na een huwelijk of geregistreerd partnerschap. Samenwonenden kunnen hier geen gebruik van maken. Als samenwonenden in een spoedeisend geval een beslissing van een rechter nodig hebben, zullen ze een kortgedingprocedure moeten starten.

Een verzoek aan de rechtbank om voorlopige voorzieningen te treffen moet door een advocaat bij een afzonderlijk verzoekschrift worden ingediend.

Welke voorlopige voorzieningen kunnen worden gevraagd?
Uiteraard kan het nodig zijn dat er snel duidelijkheid komt over zaken die betrekking hebben op minderjarige kinderen. Zo kan de rechter voor de duur van de scheidingsprocedure  worden gevraagd te bepalen:

  1. aan wie de zorg voor de minderjarige kinderen wordt toevertrouwd;
  2. het bedrag dat aan kinderalimentatie moet worden voldaan;
  3. wanneer de minderjarige kinderen bij welke ouder zijn (verdeling van de zorg- en opvoedingstaken/omgangsregeling).

Verder kan gevraagd worden om voor de duur van de scheidingsprocedure de hoogte van de partneralimentatie vast te stellen en ook welke echtgenoot met uitsluiting van de andere echtgenoot de echtelijke woning mag gebruiken. Bij dit laatste zal de rechter een belangenafweging maken, waarbij de zorg voor de kinderen, etc. zal worden meegewogen. Kent de rechter het gebruik van de echtelijke woning aan de ene echtgenoot toe, dan wordt de andere echtgenoot bevolen de woning (vaak op zeer korte termijn) te verlaten. De rechter kan ook gevraagd worden om afgifte van bepaalde goederen te bevelen. Het gaat dan om goederen voor dagelijks gebruik van de echtgenoten en/of de kinderen. U moet dan denken aan kleding, toiletspullen, etc.

Wanneer is er duidelijkheid?
Nadat het verzoek om voorlopige voorzieningen door uw advocaat is ingediend, zal binnen 3 weken een zitting op de rechtbank worden gehouden. Uw advocaat zal u tijdens de zitting bijstaan en uw standpunt zo goed mogelijk overbrengen op de rechter. De rechter doet daarna zo spoedig mogelijk, veelal binnen 2 weken, uitspraak. De voorlopige voorzieningen gelden vanaf de dag van de uitspraak, tenzij de rechter een andere datum in de uitspraak heeft bepaald.

Heeft u een vraag?
Wilt u meer weten over een scheidingsprocedure en/of voorlopige voorzieningen? Bel of mail mij gerust. Ik ben bereikbaar op telefoonnummer (0578) 690080 en via het e-mailadres whboer@bvs-advocaten.nl.

Wilma Boer

 

Column Schaapskooi 18 december 2018: Affectieschade

Tweewekelijks schrijven Boer & Van Schoonhoven advocaten, Feijen & De Vries Notarissen, PM Belastingadviseurs en Veldhuis Advies een column waarin zij ingaan op specifieke financiële en juridische zaken. Deze column is geschreven door mr. J.L. (Linda) van Schoonhoven, advocaat bij Boer & Van Schoonhoven advocaten in Heerde. Linda is gespecialiseerd in aansprakelijkheidsrecht en letselschaderecht, en LSA- en ASP-advocaat.

Op 10 april 2018 heeft de Eerste Kamer een wetsvoorstel aangenomen dat de vergoeding van affectieschade regelt. Ook naasten en nabestaanden van slachtoffers van een verkeers- of bedrijfsongeluk, medische fout of geweldsmisdrijf hebben daardoor recht op een smartengeldvergoeding.

Wat is affectieschade?
Affectieschade is een vorm van smartengeldvergoeding voor naasten en nabestaanden als hun dierbare door de fout van een ander ernstig en blijvend letsel heeft opgelopen of is overleden. Dit betekent dat bijvoorbeeld de ouders van een kind dat door een verkeersongeval ernstig en blijvend letsel oploopt, en de partner wiens man of vrouw door een arbeidsongeval is komen te overlijden, recht hebben op een smartengeldvergoeding.

Uiteraard kan geen enkele vergoeding het leed en verdriet wegnemen dat naasten en nabestaanden hebben. De smartengeldvergoeding is daarom vooral een vorm van erkenning. Ook hun leven is immers drastisch veranderd en ook op hen heeft het letsel of het overlijden van hun dierbare grote impact. Uit onderzoek van de Vrij Universiteit Amsterdam is gebleken dat dierbaren van slachtoffers behoefte hebben aan erkenning en aandacht voor de emotionele gevolgen van een ongeval.

Vanaf wanneer bestaat er recht op vergoeding van affectieschade?
Vanaf 1 januari 2019 hebben naasten en nabestaanden van slachtoffers van verkeersongevallen, arbeidsongevallen, medische fouten oftewel fouten van anderen, recht op een vergoeding van affectieschade. Het recht geldt alleen voor de partner van het slachtoffer, diens (stief)kinderen en (stief)ouders. Ook degenen die in gezinsverband duurzaam de zorg hebben voor het slachtoffer, hebben recht op vergoeding van affectieschade.

De hoogte van de vergoeding ligt tussen de € 12.500 en € 20.000 afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden van de naasten en nabestaanden. De aansprakelijke partij, vaak een verzekeraar, zal het bedrag moeten betalen.

Heeft u vragen over dit onderwerp? Bel mij gerust op telefoonnummer (0578) 69 00 80. Mailen mag natuurlijk ook: jlvanschoonhoven@bvs-advocaten.nl.

Linda van Schoonhoven

www.bvs-advocaten.nl

Column Schaapskooi 13 november 2018; een dagvaarding ontvangen.

Tweewekelijks schrijven Boer & Van Schoonhoven advocaten, Feijen & De Vries Notarissen, PM Belastingadviseurs en Veldhuis Advies een column waarin zij ingaan op specifieke financiële en juridische zaken. Deze column is geschreven door mr. L.C. (Laura) Faber, advocaat bij Boer & Van Schoonhoven advocaten te Heerde.


Ik heb een dagvaarding ontvangen. Wat gaat er gebeuren?
Stelt u zich voor; ruim een half jaar geleden bent u door de politie aangehouden wegens verdenking van een strafbaar feit. Uw buurman heeft aangifte tegen u gedaan. U zou hem op een mooie zomeravond mishandeld hebben. Na uw aanhouding en tijdens de verhoren bij de politie hebt u nadrukkelijk verklaard dat u zich van geen kwaad bewust bent. U hebt uw buurman niet mishandeld. U hebt slechts een woordenwisseling met hem gehad. Na de verhoren mocht u van de officier van justitie het politiebureau verlaten. U was in de veronderstelling dat de zaak daarmee afgedaan was, maar tot uw grote verbazing ontvangt u een dagvaarding waarin staat vermeld dat u voor de politierechter van de rechtbank moet verschijnen. Het voorgaande is de heer Bartels overkomen.

Onderscheid in strafprocedures
Strafzaken worden afhankelijk van de zwaarte van het strafbaar feit behandeld door een kantonrechter, een politierechter of een meervoudige kamer die uit 3 rechters bestaat. Een kantonrechter behandelt overtredingen, relatief licht strafbare feiten. Een politierechter kan een maximale gevangenisstraf van één jaar opleggen. Als op de zitting blijkt dat de zaak niet geschikt is voor behandeling door een politierechter, bijvoorbeeld omdat een gevangenisstraf van meer dan een jaar in aanmerking komt, zal de politierechter de zaak verwijzen naar de meervoudige kamer.

Inschakelen advocaat
De heer Bartels weet zich geen raad. Hij is onschuldig maar voor zijn gevoel is hij al veroordeeld. Hij besluit een advocaat in te schakelen. Deze vraagt het procesdossier op. Het procesdossier is een verzameling van processtukken die tijdens het opsporingsonderzoek aan het dossier worden toegevoegd. Dit procesdossier is leidend. De officier van justitie zal zijn/haar standpunt onderbouwen met stukken uit het procesdossier. Gelet daarop is het procesdossier ook voor de heer Bartels van groot belang. De advocaat maakt een afspraak met de heer Bartels en bespreekt met hem het hele procesdossier.

In het procesdossier zit onder andere de aangifte van de buurman en twee getuigenverklaringen. De getuigenverklaringen zijn afgelegd door twee andere buren. Op de bewuste zomeravond hebben zij geschreeuw gehoord. Niets meer en niets minder. De advocaat van de heer Bartels vindt dit een belangrijk punt aangezien de getuigen niets gezien hebben. Hij is van mening dat er onvoldoende bewijs is tegen de heer Bartels voor de mishandeling. Tijdens de zitting zal hij dan ook dit verweer voeren en pleiten voor vrijspraak.

Zitting
De officier van justitie is van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de heer Bartels zich schuldig heeft gemaakt aan mishandeling. Hij acht de aangifte en de getuigenverklaringen hiervoor voldoende. Hij eist een gevangenisstraf van 6 maanden en een werkstraf van 120 uur. De advocaat verzoekt de politierechter de heer Bartels vrij te spreken. Volgens de advocaat is er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. De getuigenverklaringen spreken enkel over het horen van geschreeuw. De getuigen hebben niets waargenomen. Ook bevat de aangifte van de buurman meerdere tegenstrijdigheden. Volgens de advocaat moet de aangifte als onbetrouwbaar worden aangemerkt.

Uitspraak
Vanwege gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs wordt de heer Bartels vrijgesproken. De politierechter is van oordeel dat de twee getuigenverklaringen niet bewijzen dat de mishandeling heeft plaatsgevonden. De aangifte wordt onvoldoende ondersteund door andere bewijsmiddelen.

Had de heer Bartels voor de meervoudige kamer moeten verschijnen dan had de rechtbank na 2 weken uitspraak gedaan.

Laat u adviseren 
Uit het bovenstaande blijkt dat het van belang is om goed voorbereid naar een (straf)zitting te gaan. Wees ervan bewust dat uw verweer verschil kan maken. Hebt u hierover vragen of wordt u strafrechtelijk vervolgd wegens het plegen van een strafbaar feit? Bel (0578 690080) of mail (lfaber@bvs-advocaten.nl) mij gerust.

Laura Faber

www.bvs-advocaten.nl

Column Schaapskooi 9 oktober 2018; Duur van de partneralimentatie

Tweewekelijks schrijven Boer & Van Schoonhoven advocaten, Feijen & De Vries Notarissen, PM Belastingadviseurs en Veldhuis Advies een column waarin zij ingaan op specifieke financiële en juridische zaken. Deze column is geschreven door mr. W.H. (Wilma) Boer, advocaat bij Boer & Van Schoonhoven advocaten in Heerde. Wilma is gespecialiseerd in personen- en familierecht en strafrecht.

Duur van de partneralimentatie
In 1994 is de Wet Limitering Alimentatie ingevoerd. Deze wet beperkt de duur van de partneralimentatie. Vóór 1994 had een ex-partner in beginsel recht op levenslange partneralimentatie. Volgens de huidige regeling is dat:

  1. een door de rechter bepaalde termijn, met een maximum van 12 jaar of de duur van het huwelijk;
  2. een door betrokkenen afgesproken duur;
  3. als er geen termijn door een rechter is bepaald of tussen betrokkenen is afgesproken, maximaal 12 jaar of de duur van het huwelijk (de zogenaamde wettelijke termijn).
  1. Een door de rechter bepaalde termijn
    Op verzoek van meestal diegene die partneralimentatie moet betalen, kan de rechter een kortere termijn voor de partneralimentatie vaststellen dan de wettelijke termijn (zie hierna). Dit wordt limitering van de alimentatie genoemd. De rechter weegt daarbij de belangen van de ex-partners tegen elkaar af. In de afweging kunnen de volgende factoren een rol spelen: de duur van het huwelijk, of er wel of geen kinderen zijn, de rolverdeling tijdens het huwelijk, de leeftijd van betrokkenen, het opleidingsniveau en de werkervaring van diegene die de partneralimentatie ontvangt, en de welstand tijdens het huwelijk. Limitering van alimentatie is eerder uitzondering dan regel.
  1. Door betrokkenen afgesproken termijn
    Betrokkenen kunnen ook samen een termijn afspreken. Zij zijn daarin geheel vrij en niet gebonden aan enige wet- en/of regelgeving.
  1. De wettelijke termijn: maximaal 12 jaar of de duur van het huwelijk
    De wet stelt de maximale duur van de partneralimentatie op 12 jaar, gerekend vanaf de datum waarop de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Als het huwelijk niet langer dan 5 jaar heeft geduurd en uit de relatie geen kinderen zijn geboren, is de duur van de verplichting gelijk aan de duur van het huwelijk.

Verlenging van de duur is mogelijk
De beëindiging van de partneralimentatie kan na het verstrijken van 12 jaar (of de duur van het huwelijk bij kinderloze kortdurende huwelijken) zeer ingrijpend zijn voor diegene die de alimentatie ontvangt. Als dat kan worden aangetoond en binnen 3 maanden nadat de wettelijke of door de rechter vastgestelde alimentatietermijn is verstreken een verzoek wordt gedaan voor verlenging, kan de rechter besluiten de alimentatietermijn te verlengen. Belangrijk bij die beslissing is of van diegene die de partneralimentatie ontvangt, gevergd kan worden dat hij/zij na het verstrijken van maximaal 12 jaar door eigen inkomsten in zijn/haar levensonderhoud voorziet.

Wetsvoorstel
Op 29 juni 2015 is er een initiatiefwetsvoorstel ingediend voor onder andere verkorting van de duur van de partneralimentatie. Als hoofdregel zou volgens dit wetsvoorstel moeten gelden dat de duur van de verplichting eindigt na het verstrijken van een termijn die gelijk is aan de helft van de duur van het huwelijk, met een maximum van 5 jaar.

Op 1 oktober 2018 is een derde nota van wijziging gepresenteerd. Na de tot nu toe voorgestelde wijzigingen zouden op genoemde hoofdregel twee uitzonderingen moeten komen, te weten: langdurige huwelijken en huwelijken met jonge kinderen.

Bij huwelijken langer dan 15 jaar, waarbij de leeftijd van diegene die de alimentatie ontvangt ten hoogste 10 jaar lager is dan de AOW-leeftijd, of waarbij diegene die de alimentatie ontvangt geboren is op of voor 1 januari 1970, kan de partneralimentatie maximaal 10 jaar duren. Bij zorg voor jonge kinderen blijft de maximale duur 12 jaar. De partneralimentatie eindigt op het moment dat het jongste kind 12 jaar is.

De streefdatum voor inwerkingtreding van het wetsvoorstel is 1 januari 2020.

Heeft u een vraag?
Wilt u weten hoelang u partneralimentatie krijgt of moet betalen, of wilt u de alimentatie opnieuw laten berekenen omdat uw omstandigheden zijn gewijzigd? Bel of mail mij gerust. Ik ben telefonisch te bereiken op telefoonnummer (0578) 690080 en via het e-mailadres whboer@bvs-advocaten.nl.

Wilma Boer

www.bvs-advocaten.nl

Oktober; MAAND VAN DE LETSELSCHADE: Verlies van (zwarte) inkomsten door een ongeval

Oktober is door Boer & Van Schoonhoven advocaten uitgeroepen tot ‘Maand van de Letselschade’. Als één van de weinige kantoren op de Noord Veluwe is Boer & Van Schoonhoven gespecialiseerd in aansprakelijkheidsrecht en letselschade. In oktober besteden we hier extra aandacht aan en schrijven we wekelijks over uiteenlopende letselschade-onderwerpen. Maar u heeft vast ook vragen over aansprakelijkheid en letselschade. Daarom houden we deze maand elke dinsdag een geheel vrijblijvend spreekuur.

Verlies van (zwarte) inkomsten door een ongeval
Als u door een fout van een ander schade oploopt, dan moet de schade die het gevolg is van die fout, vergoed worden. In de praktijk is het vaak de aansprakelijke verzekeraar die de schade vergoedt. Een van de schadeposten die vergoed moet worden is ‘het verlies van arbeidsvermogen’, oftewel het verlies van inkomsten als u arbeidsongeschikt bent geraakt door een ongeval of een andere schadeveroorzakende gebeurtenis.

Zwarte inkomsten
Wanneer u een nevenfunctie had of met enige regelmaat bijverdiende met ‘zwarte klussen’, dan komen ook deze gemiste inkomsten voor vergoeding in aanmerking. Het uitgangspunt van ons schadevergoedingsrecht is namelijk dat u in de situatie moet worden gebracht alsof het ongeval niet heeft plaatsgevonden. Dat betekent dat het inkomen dat u zonder ongeval zou hebben verdiend, moet worden vergoed. Ook al gaf u dat niet op aan de belasting.

Zwarte inkomsten bruto of netto vergoeden?
Onze hoogste rechter, de Hoge Raad, heeft dit ook zo bepaald in haar uitspraak van 23 november 2000. Zij heeft daarbij wel als eis gesteld dat de zwarte inkomsten worden vergoed alsof er belasting en premies over zouden zijn afgedragen. De schade is dus gelijk aan de zwarte inkomsten na aftrek van belastingen en premies zoals die verschuldigd zouden zijn bij aangifte. Oftewel: zwarte inkomsten worden op netto-basis vergoed.

Hoe bewijst u dat uw zwarte inkomsten had?
De regel is dat u als slachtoffer zelf uw schade bewijst. Inkomsten uit zwarte klussen zijn vaak lastig te bewijzen. Vaak worden ze niet op papier gezet en contant voldaan. Omdat u door het ongeval in deze situatie bent gebracht, hoeft u zwarte inkomsten niet keihard te bewijzen. Voldoende is dat u het aannemelijk maakt dat u kluste en dat u daarvoor betaald kreeg. Vaak lukt dat bijvoorbeeld met een werkagenda waarin u de klusafspraken heeft genoteerd, of de inkomsten die u daarvoor kreeg. Of er zijn e-mailberichten of foto´s van de klussen die u zwart heeft gedaan. Ook verklaringen van opdrachtgevers helpen goed. Hoewel een verklaring uitsluitend in de letselschadezaak wordt gebruikt, is een opdrachtgever vaak huiverig om een verklaring af te leggen. Soms wordt daarom een deskundige, zoals een bedrijfseconoom of een arbeidsdeskundige, gevraagd hier onderzoek naar te doen.

Conclusie
Het is mogelijk om gemiste zwarte inkomsten na een ongeval te verhalen. Of de schade daadwerkelijk zal worden vergoed, is met name afhankelijk van het bewijs dat u kunt aanleveren. Daar komt bij dat het bedrag dat u verdiende uit zwart werk wordt aangemerkt als brutobedrag. Er moet alsnog een fictief belastingpercentage over berekend worden om het brutobedrag netto te maken. Dit nettobedrag is het schadebedrag dat voor vergoeding in aanmerking komt.

Heeft u na het lezen van deze column vragen? Maak dan gebruik van ons letselschadespreekuur.

Spreekuur
In oktober houden wij elke dinsdag van 16.30 tot 19.30 uur spreekuur voor letselschadevragen. Heeft u vragen? Maak dan een geheel vrijblijvende afspraak met ons secretariaat. Ons telefoonnummer: 0578 – 690080. Mailen mag natuurlijk ook: info@bvs-advocaten.nl.

OKTOBER; MAAND VAN DE LETSELSCHADE: Vermogen door een letselschade-uitkering?

Oktober is door Boer & Van Schoonhoven advocaten uitgeroepen tot ‘Maand van de Letselschade’. Als één van de weinige kantoren op de Noord Veluwe is Boer & Van Schoonhoven gespecialiseerd in aansprakelijkheidsrecht en letselschade. In oktober besteden we hier extra aandacht aan en schrijven we wekelijks over uiteenlopende letselschade-onderwerpen. Maar u heeft vast ook vragen over aansprakelijkheid en letselschade. Daarom houden we deze maand elke dinsdag een geheel vrijblijvend spreekuur.

Vermogen door een letselschade-uitkering? Hoe zit het dan met de inkomensafhankelijke eigen bijdrage vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Wet langdurige zorg (Wlz)?

Vaak worden letselschadezaken geregeld door de schadevergoeding in één keer uit te betalen. Deze vergoeding is dan vooral bedoeld voor de te verwachten schade in de nabije toekomst. De geleden schade is vaak al door middel van voorschotten betaald. Vaak gaat het om forse bedragen, denk aan bedragen hoger dan € 75.000,00.

Op dit moment wordt een schadevergoeding uit een letselschadezaak gezien als vermogen in box 3. In de huidige eigen bijdrage systematiek van de Wmo en de Wlz wordt de hoogte van de eigen bijdrage berekend aan de hand van het verzamelinkomen van de aanvrager, en 8% van diens vermogen in box 3 (de zogenaamde vermogensinkomensbijtelling, afgekort VIB). De schadevergoeding uit een letselschadezaak heeft dus invloed op de hoogte van de eigen bijdrage Wmo en Wlz.

In de praktijk betekent dit dat een slachtoffer die een letselschade-uitkering ontvangt en langdurige zorg nodig heeft, de eigen bijdrage van het CAK ziet stijgen van bijvoorbeeld € 17,50 per vier weken naar de maximale eigen bijdrage van bijvoorbeeld € 625,00 per vier weken. Bij het berekenen van de letselschade moet een letselschadebehartiger die het slachtoffer bijstaat hier wel rekening mee houden.

Het bovenstaande geldt overigens alleen voor letselschade-uitkeringen die ontvangen zijn ná 10 oktober 2010. De uitkeringen die daarvoor werden ontvangen, worden niet toegerekend aan het vermogen in box 3.

Brief van de Minister De Jonge (VWS) van 13 juli 2018
Vanuit de letselschadebranche is door verschillende partijen waaronder de Vereniging van Letselschade Advocaten (LSA), aangegeven dat dit als onrechtvaardig wordt ervaren en dat letselschadeslachtoffers hier onevenredig hinder door ervaren.

Dit geluid is gehoord door de politiek en Minister De Jonge schrijft in zijn brief van 13 juli 2018:

“Om tegemoet te komen aan knelpunten die de partijen hebben ingebracht, ben ik van plan letselschadevergoedingen, ook voor materiële schadevergoedingen vastgesteld na 10 oktober 2010, bij een ongeval dat verlies aan arbeidsvermogen tot gevolg heeft, uit te zonderen van de vermogensinkomensbijtelling.”

Dit betekent dat vanaf 2019 letselschade-uitkeringen die na 10 oktober 2010 zijn ontvangen, niet meer meetellen voor de hoogte van de eigen bijdrage.

Mocht u een letselschade-uitkering hebben ontvangen na 10 oktober 2018 dan dient u deze niet mee te tellen bij het bepalen van de hoogte van de eigen bijdrage Wmo en Wlz. Bij het aangeven van vermogen is het dus belangrijk om te melden dat u een letselschade-uitkering heeft ontvangen.

Heeft u na het lezen van deze column vragen? Maak dan gebruik van ons letselschadespreekuur en maak geheel vrijblijvend een afspraak.

Spreekuur
In oktober houden wij elke dinsdag van 16.30 tot 19.30 uur spreekuur voor letselschadevragen. Heeft u vragen? Maak dan een geheel vrijblijvende afspraak met ons secretariaat. Ons telefoonnummer: 0578 – 690080. Mailen mag natuurlijk ook: info@bvs-advocaten.nl.