Wij zijn aangesloten bij de Nederlandse Orde van Advocaten

Column Schaapskooi 17 december 2019; Duur van de partneralimentatie

Tweewekelijks schrijven Boer & Van Schoonhoven advocaten, Feijen & De Vries Notarissen, PM Belastingadviseurs en Veldhuis Advies een column waarin zij ingaan op specifieke financiële en juridische zaken. Deze column is geschreven door mr. W.H. (Wilma) Boer, advocaat bij Boer & Van Schoonhoven advocaten in Heerde. Wilma is gespecialiseerd in personen- en familierecht en strafrecht.

 

Herziening partneralimentatie per 01/01/2020
Een ex-partner had vóór 1994 in beginsel recht op levenslange partneralimentatie. Volgens de huidige regeling, bedraagt de duur van de partneralimentatie in beginsel maximaal 12 jaar. Per 01/01/2020 treedt de Wet Herziening partneralimentatie in werking en wordt de duur van de partneralimentatie verder verkort.

Hoofdregel maximaal 5 jaar partneralimentatie
De hoofdregel wordt dan dat de duur van de partneralimentatie gelijk zal zijn aan de helft van de duur van het huwelijk met een maximum van 5 jaar.

Bent u 14 jaar getrouwd, gaat u scheiden en is het ontvangen c.q. het betalen van partneralimentatie aan de orde? Dan heeft u op dit moment nog recht op maximaal 12 jaar partneralimentatie c.q. dient u maximaal 12 jaar partneralimentatie te betalen. Wordt de scheiding aangevraagd na 01/01/2020 dan zal maximaal 5 jaar aanspraak kunnen worden gemaakt op partneralimentatie c.q. dient maximaal 5 jaar partneralimentatie te worden voldaan.

Uitzonderingen
Op deze hoofdregel van maximaal 5 jaar zijn drie uitzonderingen, te weten:

  1. bij huwelijken langer dan 15 jaar en diegene die de partneralimentatie ontvangt is ten hoogste 10 jaar jonger dan de AOW-leeftijd;
  2. bij huwelijken langer dan 15 jaar en diegene die de partneralimentatie ontvangt is op of vóór 01/01/1970 geboren en zijn/haar leeftijd is meer dan 10 jaar lager dan de AOW-leeftijd;
  3. als er uit het huwelijk kinderen zijn geboren, die jonger zijn dan 12 jaar.

Uitzondering 1
In dit geval geldt een duur voor de partneralimentatie tot het moment waarop diegene die de partneralimentatie ontvangt, de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Ik verduidelijk dit met een voorbeeld: u bent 17 jaar gehuwd, heeft recht op partneralimentatie en u heeft over 8 jaar recht op AOW. In dit geval eindigt de partneralimentatie niet na 5 jaar, maar na 8 jaar, het moment dat u AOW gaat ontvangen.

Uitzondering 2
In dit geval geldt een duur voor de partneralimentatie van maximaal 10 jaar. Ook hier een voorbeeld: u bent meer dan 15 jaar gehuwd, heeft recht op partneralimentatie en u bent geboren op 12/12/1969. In dit geval eindigt de partneralimentatie na 10 jaar.

Uitzondering 3
De duur van de partneralimentatie loopt in dit geval tot het jongste kind 12 jaar is geworden. Gaat u scheiden en is het jongste kind van u en uw ex-partner op het moment van scheiding 3 jaar dan zal de duur van de partneralimentatie 9 jaar bedragen.

Heeft u een vraag?
Wilt u weten hoelang u partneralimentatie krijgt of moet betalen, of wilt u de alimentatie opnieuw laten berekenen omdat uw omstandigheden zijn gewijzigd? Bel of mail mij gerust. Ik ben telefonisch te bereiken op telefoonnummer (0578) 690080 en via het e-mailadres whboer@bvs-advocaten.nl.

Column Schaapskooi 22 oktober 2019: letselschadevergoeding vrijgesteld van de vermogenstoets

Tweewekelijks schrijven Boer & Van Schoonhoven advocaten, Feijen & De Vries Notarissen, PM Belastingadviseurs en Veldhuis Advies een column waarin zij ingaan op specifieke financiële en juridische zaken. Deze column is geschreven door mr. W.H. (Wilma) Boer, advocaat bij Boer & Van Schoonhoven advocaten in Heerde. Linda is gespecialiseerd in aansprakelijkheidsrecht en letselschaderecht, en LSA- en ASP-advocaat.

Goed nieuws voor letselschadeslachtoffers! Letselschadevergoeding wordt per 1 januari 2020 vrijgesteld van de vermogenstoets van de Wlz en Wmo!
In mijn column van 16 oktober 2018 in deze krant schreef ik al dat Minister De Jonge (VWS) in zijn brief van 13 juli 2018 had aangekondigd dat de letselschadevergoeding die letselschadeslachtoffers ontvangen, wordt uitgezonderd van de vermogenstoets van de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Oftewel deze schadevergoeding telt niet meer mee voor de vaststelling van de hoogte van de eigen bijdrage, wat tot op heden wel het geval is voor letselschade-uitkeringen gedaan ná 10 oktober 2010.

De minister De Jonge heeft nu in zijn brief van 25 juni 2019 aangekondigd dat per 1 januari 2020 de letselschadevergoeding wordt uitgezonderd van de vermogenstoets in het kader van Wlz en Wmo.

Een letselschadevergoeding is vermogen.
Als een letselschadezaak wordt geregeld, dan ontvangen letselschadeslachtoffers vaak een groot bedrag ineens. Deze schadevergoeding wordt dan aangemerkt als vermogen in box 3. Het letselschadeslachtoffer moet daarover vermogensbelasting betalen, maar het heeft ook invloed op bijvoorbeeld de vermogenstoets voor de huurtoeslag, de zorgtoeslag, het kindgebonden budget en de eigen bijdrage die wordt opgelegd in het kader van Wlz en Wmo.

De vermogensvrijstelling geldt alleen voor de eigen bijdrage vanuit de Wlz en Wmo
Als een letselschadeslachtoffer vanwege zijn letsel hulp nodig heeft bij zijn dagelijkse verzorging,  (activiteiten)begeleiding krijgt of bijvoorbeeld hulp in het huishouden nodig heeft, dan wordt deze zorg vaak ontvangen vanuit de Wlz of Wmo. Daarvoor moet het letselschadeslachtoffer dan een eigen bijdrage voor betalen. Deze eigen bijdrage wordt vaak vastgesteld door het Centraal Administratie Kantoor (CAK).

Deze eigen bijdrage ging dan vaak fors omhoog als de letselschadezaak werd afgewikkeld en het letselschadeslachtoffer een groot bedrag ineens ontving. Soms wel van € 17,40 per 4 weken naar ruim € 600,00 per 4 weken. Dat werd als onrechtvaardig ervaren.

Per 1 januari 2020 wordt de letselschadevergoeding niet meer meegeteld bij het vaststellen van de eigen bijdrage door het CAK. Het letselschadeslachtoffer kan dit dan aangeven door een formulier in te vullen dat te vinden is op www.cak.nl. Dit formulier moet dan samen met de vaststellingsovereenkomst of een uitspraak van de rechter en een bankafschrift waaruit blijkt dat de letselschade-uitkering is gestort en door wie, worden gestuurd naar het CAK.

Vermogenstoets voor andere toeslagen
Vanuit de letselschadebranche is er ook een beroep gedaan op de politiek om de letselschadevergoeding uit te zonderen voor de overige vermogenstoetsen (huurtoeslag/zorgtoeslag/etc.)  door deze niet meer aan te merken als vermogen of juist als bijzonder vermogen. De politiek is daartoe helaas nog niet bereid. Maar wie weet wat de toekomst ons nog brengt…..

Heeft u vragen over dit onderwerp? Bel mij gerust op telefoonnummer (0578) 69 00 80. Mailen mag natuurlijk ook: jlvanschoonhoven@bvs-advocaten.nl.

Linda van Schoonhoven

 

 

 

 

 

Column Schaapskooi 16 april 2019: voorlopige voorzieningen

Tweewekelijks schrijven Boer & Van Schoonhoven advocaten, Feijen & De Vries Notarissen, PM Belastingadviseurs en Veldhuis Advies een column waarin zij ingaan op specifieke financiële en juridische zaken. Deze column is geschreven door mr. W.H. (Wilma) Boer, advocaat bij Boer & Van Schoonhoven advocaten in Heerde. Wilma is gespecialiseerd in personen- en familierecht en strafrecht.

Voorlopige voorzieningen tijdens de scheidingsprocedure
Het komt voor dat als u in een scheidingssituatie zit er zo spoedig mogelijk een aantal zaken geregeld moeten worden en er niet kan worden afgewacht totdat de scheiding definitief is. In een dergelijk geval kunnen er voorlopige voorzieningen worden gevraagd aan de rechter. Dit kan alleen als sprake is van een scheiding na een huwelijk of geregistreerd partnerschap. Samenwonenden kunnen hier geen gebruik van maken. Als samenwonenden in een spoedeisend geval een beslissing van een rechter nodig hebben, zullen ze een kortgedingprocedure moeten starten.

Een verzoek aan de rechtbank om voorlopige voorzieningen te treffen moet door een advocaat bij een afzonderlijk verzoekschrift worden ingediend.

Welke voorlopige voorzieningen kunnen worden gevraagd?
Uiteraard kan het nodig zijn dat er snel duidelijkheid komt over zaken die betrekking hebben op minderjarige kinderen. Zo kan de rechter voor de duur van de scheidingsprocedure  worden gevraagd te bepalen:

  1. aan wie de zorg voor de minderjarige kinderen wordt toevertrouwd;
  2. het bedrag dat aan kinderalimentatie moet worden voldaan;
  3. wanneer de minderjarige kinderen bij welke ouder zijn (verdeling van de zorg- en opvoedingstaken/omgangsregeling).

Verder kan gevraagd worden om voor de duur van de scheidingsprocedure de hoogte van de partneralimentatie vast te stellen en ook welke echtgenoot met uitsluiting van de andere echtgenoot de echtelijke woning mag gebruiken. Bij dit laatste zal de rechter een belangenafweging maken, waarbij de zorg voor de kinderen, etc. zal worden meegewogen. Kent de rechter het gebruik van de echtelijke woning aan de ene echtgenoot toe, dan wordt de andere echtgenoot bevolen de woning (vaak op zeer korte termijn) te verlaten. De rechter kan ook gevraagd worden om afgifte van bepaalde goederen te bevelen. Het gaat dan om goederen voor dagelijks gebruik van de echtgenoten en/of de kinderen. U moet dan denken aan kleding, toiletspullen, etc.

Wanneer is er duidelijkheid?
Nadat het verzoek om voorlopige voorzieningen door uw advocaat is ingediend, zal binnen 3 weken een zitting op de rechtbank worden gehouden. Uw advocaat zal u tijdens de zitting bijstaan en uw standpunt zo goed mogelijk overbrengen op de rechter. De rechter doet daarna zo spoedig mogelijk, veelal binnen 2 weken, uitspraak. De voorlopige voorzieningen gelden vanaf de dag van de uitspraak, tenzij de rechter een andere datum in de uitspraak heeft bepaald.

Heeft u een vraag?
Wilt u meer weten over een scheidingsprocedure en/of voorlopige voorzieningen? Bel of mail mij gerust. Ik ben bereikbaar op telefoonnummer (0578) 690080 en via het e-mailadres whboer@bvs-advocaten.nl.

Wilma Boer

 

Column Schaapskooi 18 december 2018: Affectieschade

Tweewekelijks schrijven Boer & Van Schoonhoven advocaten, Feijen & De Vries Notarissen, PM Belastingadviseurs en Veldhuis Advies een column waarin zij ingaan op specifieke financiële en juridische zaken. Deze column is geschreven door mr. J.L. (Linda) van Schoonhoven, advocaat bij Boer & Van Schoonhoven advocaten in Heerde. Linda is gespecialiseerd in aansprakelijkheidsrecht en letselschaderecht, en LSA- en ASP-advocaat.

Op 10 april 2018 heeft de Eerste Kamer een wetsvoorstel aangenomen dat de vergoeding van affectieschade regelt. Ook naasten en nabestaanden van slachtoffers van een verkeers- of bedrijfsongeluk, medische fout of geweldsmisdrijf hebben daardoor recht op een smartengeldvergoeding.

Wat is affectieschade?
Affectieschade is een vorm van smartengeldvergoeding voor naasten en nabestaanden als hun dierbare door de fout van een ander ernstig en blijvend letsel heeft opgelopen of is overleden. Dit betekent dat bijvoorbeeld de ouders van een kind dat door een verkeersongeval ernstig en blijvend letsel oploopt, en de partner wiens man of vrouw door een arbeidsongeval is komen te overlijden, recht hebben op een smartengeldvergoeding.

Uiteraard kan geen enkele vergoeding het leed en verdriet wegnemen dat naasten en nabestaanden hebben. De smartengeldvergoeding is daarom vooral een vorm van erkenning. Ook hun leven is immers drastisch veranderd en ook op hen heeft het letsel of het overlijden van hun dierbare grote impact. Uit onderzoek van de Vrij Universiteit Amsterdam is gebleken dat dierbaren van slachtoffers behoefte hebben aan erkenning en aandacht voor de emotionele gevolgen van een ongeval.

Vanaf wanneer bestaat er recht op vergoeding van affectieschade?
Vanaf 1 januari 2019 hebben naasten en nabestaanden van slachtoffers van verkeersongevallen, arbeidsongevallen, medische fouten oftewel fouten van anderen, recht op een vergoeding van affectieschade. Het recht geldt alleen voor de partner van het slachtoffer, diens (stief)kinderen en (stief)ouders. Ook degenen die in gezinsverband duurzaam de zorg hebben voor het slachtoffer, hebben recht op vergoeding van affectieschade.

De hoogte van de vergoeding ligt tussen de € 12.500 en € 20.000 afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden van de naasten en nabestaanden. De aansprakelijke partij, vaak een verzekeraar, zal het bedrag moeten betalen.

Heeft u vragen over dit onderwerp? Bel mij gerust op telefoonnummer (0578) 69 00 80. Mailen mag natuurlijk ook: jlvanschoonhoven@bvs-advocaten.nl.

Linda van Schoonhoven

www.bvs-advocaten.nl

Column Schaapskooi 13 november 2018; een dagvaarding ontvangen.

Tweewekelijks schrijven Boer & Van Schoonhoven advocaten, Feijen & De Vries Notarissen, PM Belastingadviseurs en Veldhuis Advies een column waarin zij ingaan op specifieke financiële en juridische zaken. Deze column is geschreven door mr. L.C. (Laura) Faber, advocaat bij Boer & Van Schoonhoven advocaten te Heerde.


Ik heb een dagvaarding ontvangen. Wat gaat er gebeuren?
Stelt u zich voor; ruim een half jaar geleden bent u door de politie aangehouden wegens verdenking van een strafbaar feit. Uw buurman heeft aangifte tegen u gedaan. U zou hem op een mooie zomeravond mishandeld hebben. Na uw aanhouding en tijdens de verhoren bij de politie hebt u nadrukkelijk verklaard dat u zich van geen kwaad bewust bent. U hebt uw buurman niet mishandeld. U hebt slechts een woordenwisseling met hem gehad. Na de verhoren mocht u van de officier van justitie het politiebureau verlaten. U was in de veronderstelling dat de zaak daarmee afgedaan was, maar tot uw grote verbazing ontvangt u een dagvaarding waarin staat vermeld dat u voor de politierechter van de rechtbank moet verschijnen. Het voorgaande is de heer Bartels overkomen.

Onderscheid in strafprocedures
Strafzaken worden afhankelijk van de zwaarte van het strafbaar feit behandeld door een kantonrechter, een politierechter of een meervoudige kamer die uit 3 rechters bestaat. Een kantonrechter behandelt overtredingen, relatief licht strafbare feiten. Een politierechter kan een maximale gevangenisstraf van één jaar opleggen. Als op de zitting blijkt dat de zaak niet geschikt is voor behandeling door een politierechter, bijvoorbeeld omdat een gevangenisstraf van meer dan een jaar in aanmerking komt, zal de politierechter de zaak verwijzen naar de meervoudige kamer.

Inschakelen advocaat
De heer Bartels weet zich geen raad. Hij is onschuldig maar voor zijn gevoel is hij al veroordeeld. Hij besluit een advocaat in te schakelen. Deze vraagt het procesdossier op. Het procesdossier is een verzameling van processtukken die tijdens het opsporingsonderzoek aan het dossier worden toegevoegd. Dit procesdossier is leidend. De officier van justitie zal zijn/haar standpunt onderbouwen met stukken uit het procesdossier. Gelet daarop is het procesdossier ook voor de heer Bartels van groot belang. De advocaat maakt een afspraak met de heer Bartels en bespreekt met hem het hele procesdossier.

In het procesdossier zit onder andere de aangifte van de buurman en twee getuigenverklaringen. De getuigenverklaringen zijn afgelegd door twee andere buren. Op de bewuste zomeravond hebben zij geschreeuw gehoord. Niets meer en niets minder. De advocaat van de heer Bartels vindt dit een belangrijk punt aangezien de getuigen niets gezien hebben. Hij is van mening dat er onvoldoende bewijs is tegen de heer Bartels voor de mishandeling. Tijdens de zitting zal hij dan ook dit verweer voeren en pleiten voor vrijspraak.

Zitting
De officier van justitie is van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de heer Bartels zich schuldig heeft gemaakt aan mishandeling. Hij acht de aangifte en de getuigenverklaringen hiervoor voldoende. Hij eist een gevangenisstraf van 6 maanden en een werkstraf van 120 uur. De advocaat verzoekt de politierechter de heer Bartels vrij te spreken. Volgens de advocaat is er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. De getuigenverklaringen spreken enkel over het horen van geschreeuw. De getuigen hebben niets waargenomen. Ook bevat de aangifte van de buurman meerdere tegenstrijdigheden. Volgens de advocaat moet de aangifte als onbetrouwbaar worden aangemerkt.

Uitspraak
Vanwege gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs wordt de heer Bartels vrijgesproken. De politierechter is van oordeel dat de twee getuigenverklaringen niet bewijzen dat de mishandeling heeft plaatsgevonden. De aangifte wordt onvoldoende ondersteund door andere bewijsmiddelen.

Had de heer Bartels voor de meervoudige kamer moeten verschijnen dan had de rechtbank na 2 weken uitspraak gedaan.

Laat u adviseren 
Uit het bovenstaande blijkt dat het van belang is om goed voorbereid naar een (straf)zitting te gaan. Wees ervan bewust dat uw verweer verschil kan maken. Hebt u hierover vragen of wordt u strafrechtelijk vervolgd wegens het plegen van een strafbaar feit? Bel (0578 690080) of mail (lfaber@bvs-advocaten.nl) mij gerust.

Laura Faber

www.bvs-advocaten.nl

Column Schaapskooi 9 oktober 2018; Duur van de partneralimentatie

Tweewekelijks schrijven Boer & Van Schoonhoven advocaten, Feijen & De Vries Notarissen, PM Belastingadviseurs en Veldhuis Advies een column waarin zij ingaan op specifieke financiële en juridische zaken. Deze column is geschreven door mr. W.H. (Wilma) Boer, advocaat bij Boer & Van Schoonhoven advocaten in Heerde. Wilma is gespecialiseerd in personen- en familierecht en strafrecht.

Duur van de partneralimentatie
In 1994 is de Wet Limitering Alimentatie ingevoerd. Deze wet beperkt de duur van de partneralimentatie. Vóór 1994 had een ex-partner in beginsel recht op levenslange partneralimentatie. Volgens de huidige regeling is dat:

  1. een door de rechter bepaalde termijn, met een maximum van 12 jaar of de duur van het huwelijk;
  2. een door betrokkenen afgesproken duur;
  3. als er geen termijn door een rechter is bepaald of tussen betrokkenen is afgesproken, maximaal 12 jaar of de duur van het huwelijk (de zogenaamde wettelijke termijn).
  1. Een door de rechter bepaalde termijn
    Op verzoek van meestal diegene die partneralimentatie moet betalen, kan de rechter een kortere termijn voor de partneralimentatie vaststellen dan de wettelijke termijn (zie hierna). Dit wordt limitering van de alimentatie genoemd. De rechter weegt daarbij de belangen van de ex-partners tegen elkaar af. In de afweging kunnen de volgende factoren een rol spelen: de duur van het huwelijk, of er wel of geen kinderen zijn, de rolverdeling tijdens het huwelijk, de leeftijd van betrokkenen, het opleidingsniveau en de werkervaring van diegene die de partneralimentatie ontvangt, en de welstand tijdens het huwelijk. Limitering van alimentatie is eerder uitzondering dan regel.
  1. Door betrokkenen afgesproken termijn
    Betrokkenen kunnen ook samen een termijn afspreken. Zij zijn daarin geheel vrij en niet gebonden aan enige wet- en/of regelgeving.
  1. De wettelijke termijn: maximaal 12 jaar of de duur van het huwelijk
    De wet stelt de maximale duur van de partneralimentatie op 12 jaar, gerekend vanaf de datum waarop de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Als het huwelijk niet langer dan 5 jaar heeft geduurd en uit de relatie geen kinderen zijn geboren, is de duur van de verplichting gelijk aan de duur van het huwelijk.

Verlenging van de duur is mogelijk
De beëindiging van de partneralimentatie kan na het verstrijken van 12 jaar (of de duur van het huwelijk bij kinderloze kortdurende huwelijken) zeer ingrijpend zijn voor diegene die de alimentatie ontvangt. Als dat kan worden aangetoond en binnen 3 maanden nadat de wettelijke of door de rechter vastgestelde alimentatietermijn is verstreken een verzoek wordt gedaan voor verlenging, kan de rechter besluiten de alimentatietermijn te verlengen. Belangrijk bij die beslissing is of van diegene die de partneralimentatie ontvangt, gevergd kan worden dat hij/zij na het verstrijken van maximaal 12 jaar door eigen inkomsten in zijn/haar levensonderhoud voorziet.

Wetsvoorstel
Op 29 juni 2015 is er een initiatiefwetsvoorstel ingediend voor onder andere verkorting van de duur van de partneralimentatie. Als hoofdregel zou volgens dit wetsvoorstel moeten gelden dat de duur van de verplichting eindigt na het verstrijken van een termijn die gelijk is aan de helft van de duur van het huwelijk, met een maximum van 5 jaar.

Op 1 oktober 2018 is een derde nota van wijziging gepresenteerd. Na de tot nu toe voorgestelde wijzigingen zouden op genoemde hoofdregel twee uitzonderingen moeten komen, te weten: langdurige huwelijken en huwelijken met jonge kinderen.

Bij huwelijken langer dan 15 jaar, waarbij de leeftijd van diegene die de alimentatie ontvangt ten hoogste 10 jaar lager is dan de AOW-leeftijd, of waarbij diegene die de alimentatie ontvangt geboren is op of voor 1 januari 1970, kan de partneralimentatie maximaal 10 jaar duren. Bij zorg voor jonge kinderen blijft de maximale duur 12 jaar. De partneralimentatie eindigt op het moment dat het jongste kind 12 jaar is.

De streefdatum voor inwerkingtreding van het wetsvoorstel is 1 januari 2020.

Heeft u een vraag?
Wilt u weten hoelang u partneralimentatie krijgt of moet betalen, of wilt u de alimentatie opnieuw laten berekenen omdat uw omstandigheden zijn gewijzigd? Bel of mail mij gerust. Ik ben telefonisch te bereiken op telefoonnummer (0578) 690080 en via het e-mailadres whboer@bvs-advocaten.nl.

Wilma Boer

www.bvs-advocaten.nl

Oktober; MAAND VAN DE LETSELSCHADE: Verlies van (zwarte) inkomsten door een ongeval

Oktober is door Boer & Van Schoonhoven advocaten uitgeroepen tot ‘Maand van de Letselschade’. Als één van de weinige kantoren op de Noord Veluwe is Boer & Van Schoonhoven gespecialiseerd in aansprakelijkheidsrecht en letselschade. In oktober besteden we hier extra aandacht aan en schrijven we wekelijks over uiteenlopende letselschade-onderwerpen. Maar u heeft vast ook vragen over aansprakelijkheid en letselschade. Daarom houden we deze maand elke dinsdag een geheel vrijblijvend spreekuur.

Verlies van (zwarte) inkomsten door een ongeval
Als u door een fout van een ander schade oploopt, dan moet de schade die het gevolg is van die fout, vergoed worden. In de praktijk is het vaak de aansprakelijke verzekeraar die de schade vergoedt. Een van de schadeposten die vergoed moet worden is ‘het verlies van arbeidsvermogen’, oftewel het verlies van inkomsten als u arbeidsongeschikt bent geraakt door een ongeval of een andere schadeveroorzakende gebeurtenis.

Zwarte inkomsten
Wanneer u een nevenfunctie had of met enige regelmaat bijverdiende met ‘zwarte klussen’, dan komen ook deze gemiste inkomsten voor vergoeding in aanmerking. Het uitgangspunt van ons schadevergoedingsrecht is namelijk dat u in de situatie moet worden gebracht alsof het ongeval niet heeft plaatsgevonden. Dat betekent dat het inkomen dat u zonder ongeval zou hebben verdiend, moet worden vergoed. Ook al gaf u dat niet op aan de belasting.

Zwarte inkomsten bruto of netto vergoeden?
Onze hoogste rechter, de Hoge Raad, heeft dit ook zo bepaald in haar uitspraak van 23 november 2000. Zij heeft daarbij wel als eis gesteld dat de zwarte inkomsten worden vergoed alsof er belasting en premies over zouden zijn afgedragen. De schade is dus gelijk aan de zwarte inkomsten na aftrek van belastingen en premies zoals die verschuldigd zouden zijn bij aangifte. Oftewel: zwarte inkomsten worden op netto-basis vergoed.

Hoe bewijst u dat uw zwarte inkomsten had?
De regel is dat u als slachtoffer zelf uw schade bewijst. Inkomsten uit zwarte klussen zijn vaak lastig te bewijzen. Vaak worden ze niet op papier gezet en contant voldaan. Omdat u door het ongeval in deze situatie bent gebracht, hoeft u zwarte inkomsten niet keihard te bewijzen. Voldoende is dat u het aannemelijk maakt dat u kluste en dat u daarvoor betaald kreeg. Vaak lukt dat bijvoorbeeld met een werkagenda waarin u de klusafspraken heeft genoteerd, of de inkomsten die u daarvoor kreeg. Of er zijn e-mailberichten of foto´s van de klussen die u zwart heeft gedaan. Ook verklaringen van opdrachtgevers helpen goed. Hoewel een verklaring uitsluitend in de letselschadezaak wordt gebruikt, is een opdrachtgever vaak huiverig om een verklaring af te leggen. Soms wordt daarom een deskundige, zoals een bedrijfseconoom of een arbeidsdeskundige, gevraagd hier onderzoek naar te doen.

Conclusie
Het is mogelijk om gemiste zwarte inkomsten na een ongeval te verhalen. Of de schade daadwerkelijk zal worden vergoed, is met name afhankelijk van het bewijs dat u kunt aanleveren. Daar komt bij dat het bedrag dat u verdiende uit zwart werk wordt aangemerkt als brutobedrag. Er moet alsnog een fictief belastingpercentage over berekend worden om het brutobedrag netto te maken. Dit nettobedrag is het schadebedrag dat voor vergoeding in aanmerking komt.

Heeft u na het lezen van deze column vragen? Maak dan gebruik van ons letselschadespreekuur.

Spreekuur
In oktober houden wij elke dinsdag van 16.30 tot 19.30 uur spreekuur voor letselschadevragen. Heeft u vragen? Maak dan een geheel vrijblijvende afspraak met ons secretariaat. Ons telefoonnummer: 0578 – 690080. Mailen mag natuurlijk ook: info@bvs-advocaten.nl.

OKTOBER; MAAND VAN DE LETSELSCHADE: Vermogen door een letselschade-uitkering?

Oktober is door Boer & Van Schoonhoven advocaten uitgeroepen tot ‘Maand van de Letselschade’. Als één van de weinige kantoren op de Noord Veluwe is Boer & Van Schoonhoven gespecialiseerd in aansprakelijkheidsrecht en letselschade. In oktober besteden we hier extra aandacht aan en schrijven we wekelijks over uiteenlopende letselschade-onderwerpen. Maar u heeft vast ook vragen over aansprakelijkheid en letselschade. Daarom houden we deze maand elke dinsdag een geheel vrijblijvend spreekuur.

Vermogen door een letselschade-uitkering? Hoe zit het dan met de inkomensafhankelijke eigen bijdrage vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Wet langdurige zorg (Wlz)?

Vaak worden letselschadezaken geregeld door de schadevergoeding in één keer uit te betalen. Deze vergoeding is dan vooral bedoeld voor de te verwachten schade in de nabije toekomst. De geleden schade is vaak al door middel van voorschotten betaald. Vaak gaat het om forse bedragen, denk aan bedragen hoger dan € 75.000,00.

Op dit moment wordt een schadevergoeding uit een letselschadezaak gezien als vermogen in box 3. In de huidige eigen bijdrage systematiek van de Wmo en de Wlz wordt de hoogte van de eigen bijdrage berekend aan de hand van het verzamelinkomen van de aanvrager, en 8% van diens vermogen in box 3 (de zogenaamde vermogensinkomensbijtelling, afgekort VIB). De schadevergoeding uit een letselschadezaak heeft dus invloed op de hoogte van de eigen bijdrage Wmo en Wlz.

In de praktijk betekent dit dat een slachtoffer die een letselschade-uitkering ontvangt en langdurige zorg nodig heeft, de eigen bijdrage van het CAK ziet stijgen van bijvoorbeeld € 17,50 per vier weken naar de maximale eigen bijdrage van bijvoorbeeld € 625,00 per vier weken. Bij het berekenen van de letselschade moet een letselschadebehartiger die het slachtoffer bijstaat hier wel rekening mee houden.

Het bovenstaande geldt overigens alleen voor letselschade-uitkeringen die ontvangen zijn ná 10 oktober 2010. De uitkeringen die daarvoor werden ontvangen, worden niet toegerekend aan het vermogen in box 3.

Brief van de Minister De Jonge (VWS) van 13 juli 2018
Vanuit de letselschadebranche is door verschillende partijen waaronder de Vereniging van Letselschade Advocaten (LSA), aangegeven dat dit als onrechtvaardig wordt ervaren en dat letselschadeslachtoffers hier onevenredig hinder door ervaren.

Dit geluid is gehoord door de politiek en Minister De Jonge schrijft in zijn brief van 13 juli 2018:

“Om tegemoet te komen aan knelpunten die de partijen hebben ingebracht, ben ik van plan letselschadevergoedingen, ook voor materiële schadevergoedingen vastgesteld na 10 oktober 2010, bij een ongeval dat verlies aan arbeidsvermogen tot gevolg heeft, uit te zonderen van de vermogensinkomensbijtelling.”

Dit betekent dat vanaf 2019 letselschade-uitkeringen die na 10 oktober 2010 zijn ontvangen, niet meer meetellen voor de hoogte van de eigen bijdrage.

Mocht u een letselschade-uitkering hebben ontvangen na 10 oktober 2018 dan dient u deze niet mee te tellen bij het bepalen van de hoogte van de eigen bijdrage Wmo en Wlz. Bij het aangeven van vermogen is het dus belangrijk om te melden dat u een letselschade-uitkering heeft ontvangen.

Heeft u na het lezen van deze column vragen? Maak dan gebruik van ons letselschadespreekuur en maak geheel vrijblijvend een afspraak.

Spreekuur
In oktober houden wij elke dinsdag van 16.30 tot 19.30 uur spreekuur voor letselschadevragen. Heeft u vragen? Maak dan een geheel vrijblijvende afspraak met ons secretariaat. Ons telefoonnummer: 0578 – 690080. Mailen mag natuurlijk ook: info@bvs-advocaten.nl.

OKTOBER; MAAND VAN DE LETSELSCHADE: Niet aangeboren hersenletsel (NAH)

Oktober is door Boer & Van Schoonhoven advocaten uitgeroepen tot ‘Maand van de Letselschade’. Als één van de weinige kantoren op de Noord Veluwe is Boer & Van Schoonhoven gespecialiseerd in aansprakelijkheidsrecht en letselschade. In oktober besteden we hier extra aandacht aan en schrijven we wekelijks over uiteenlopende letselschade-onderwerpen. Maar u heeft vast ook vragen over aansprakelijkheid en letselschade. Daarom houden we deze maand elke dinsdag een geheel vrijblijvend spreekuur.

Niet-aangeboren hersenletsel
Met enige regelmaat sta ik in mijn praktijk cliënten bij die hersenletsel hebben opgelopen als gevolg van een ongeval, medische fout of geweldsmisdrijf. Iedere keer raakt mij de impact die het hersenletsel heeft op het leven van de cliënt en diens naasten. Heel vaak herstelt een cliënt weer zodanig dat er geen lichamelijk letsel meer is. Het hersenletsel echter is vaak blijvend en heeft grote gevolgen.

Hersenletsel dat na de geboorte ontstaat heet ook wel niet-aangeboren hersenletsel (NAH). Het kan vele oorzaken hebben. Denk aan traumatisch hersenletsel door een verkeers- of bedrijfsongeval of een geweldsmisdrijf. Of niet-traumatisch hersenletsel als gevolg van een beroerte, infectie, tumor of zuurstofgebrek.

Gevolgen niet-aangeboren hersenletsel
Niet-aangeboren hersenletsel kan zichtbaar zijn maar ook onzichtbaar. Het kan zich uiten in mobiliteitsproblemen zoals krachtafname, bewegingsstoornissen, coördinatieproblemen en verlamming. Of het heeft zintuiglijke gevolgen, zoals visuele gevolgen, geluid- en lichtoverprikkeling, functiestoornissen en uitval van het gezichtsveld. Denk ook aan communicatieproblemen, zoals moeite bij het spreken en verstaan, snel afgeleid zijn, moeite met drukke omgevingen en problemen om emoties te interpreteren. Bijna altijd heeft hersenletsel cognitieve gevolgen zoals geheugen-, concentratie- en taalproblemen, veranderd tijdsbesef, moeite met verdelen van de aandacht en moeite met prikkelverwerking. Denk daarnaast aan emotionele gevolgen (prikkelbaarheid en libidoverandering), en lichamelijke gevolgen (epilepsie, hoofdpijn, incontinentie en slaapstoornissen).

Praktijk
In de praktijk betekenen deze gevolgen dat een cliënt met hersenletsel vastloopt op veel gebieden. Denk aan het werk. Vaak moet er gezocht worden naar passend werk bij de eigen werkgever of bij een andere. Of het lukt niet meer om fulltime te werken of erger, de cliënt raakt volledig arbeidsongeschikt. Het heeft ook gevolgen voor het huishouden en de klussen in en om het huis. Neem bijvoorbeeld het koken waarbij tegelijkertijd allerlei taken uitgevoerd moeten worden. Ook de verzorging van de kinderen lukt meestal niet goed meer. Cliënten met hersenletsel hebben behoefte aan structuur en beperkte activiteiten per dag.

Hersenletsel en letselschade
Dat alles betekent dat iemand met hersenletsel veel begeleiding nodig heeft en dat in de praktijk veel taken die de cliënt voorheen zelf deed, moeten worden opgevangen. In een letselschadezaak komt deze begeleiding voor vergoeding in aanmerking, ook als dit grotendeels door de partner wordt gedaan. Wij brengen het hersenletsel altijd in kaart met behulp van medisch specialisten. Vaak laten we een neuropsychologisch onderzoek uitvoeren en wordt een ergotherapeut gevraagd de situatie thuis te beoordelen zodat de noodzakelijke begeleiding voor nu en in de toekomst in kaart kan worden gebracht.

Kortom, de gevolgen van niet-aangeboren hersenletsel zijn doorgaans groot en in eerste instantie niet goed te overzien. Kunt u de schade op een aansprakelijke partij verhalen dan is het raadzaam de gevolgen zorgvuldig in kaart te laten brengen.

Heeft u na het lezen van de column vragen? Maak dan gebruik van ons letselschadespreekuur. U bent van harte welkom.

Spreekuur
In oktober houden wij elke dinsdag van 16.30 tot 19.30 uur spreekuur voor letselschadevragen. Heeft u vragen? Maak dan een geheel vrijblijvende afspraak met ons secretariaat. Ons telefoonnummer: (0578) 69 00 80. Mailen mag natuurlijk ook: info@bvs-advocaten.nl.

OKTOBER; MAAND VAN DE LETSELSCHADE

Oktober is door Boer & Van Schoonhoven advocaten dit jaar wederom uitgeroepen tot ‘Maand van de Letselschade’. Als één van de weinige kantoren op de Noord Veluwe is Boer & Van Schoonhoven advocaten gespecialiseerd in aansprakelijkheidsrecht en letselschade. In oktober besteden we hier extra aandacht aan en schrijven we wekelijks over uiteenlopende letselschade-onderwerpen. Maar u heeft vast ook vragen over aansprakelijkheid en letselschade. Daarom houden we met ingang van dinsdag 9 oktober, elke dinsdag in oktober een geheel vrijblijvend spreekuur. Tussen 16.30 en 19.30 uur bent u van harte welkom met al uw vragen over aansprakelijkheid en letselschade.

Stel…
U bent werknemer, huisvrouw, zzp’er of directeur van een onderneming. Of u heeft net uw opleiding afgerond en staat aan het begin van uw carrière óf u zit net tussen twee banen in. En u overkomt een verkeers- of een arbeidsongeval. Of u valt van een paard óf wordt op het sportveld moedwillig onderuit gehaald waardoor u letsel hebt. Door dat letsel heeft u ernstige klachten waardoor u niet goed óf misschien wel helemaal niet (meer) kunt functioneren. De gevolgen zijn dan vaak niet te overzien.

Gevolgen
Er valt al snel inkomen weg en er komen extra kosten op u af. U bent afhankelijk van hulp van anderen voor vaak eenvoudige taken in het huishouden, de tuin en activiteiten in en rond het gezin. Vaak brengt dit (financiële) zorgen met zich mee en vragen zoals:

  • Herstel ik wel weer volledig?
  • Kan ik wel weer aan het werk en wanneer?
  • Komt mijn baan in gevaar?
  • Kan ik mijn eigen werk nog wel doen en zo nee, welk werk dan wel?
  • Wie helpt mij daarbij? En hoe zit dat financieel?
  • Welke schade kan ik vorderen?
  • Hoe zit dat dan voor de toekomst?
  • Denkt de aansprakelijke verzekeraar wel aan mijn belangen?
  • Mag ik een eigen belangenbehartiger inschakelen die mij helpt en wat kost dat?
  • Doet mijn rechtsbijstandsverzekeraar wel genoeg voor mij?
  • Halen ze wel alles uit de kast?
  • Hoe lang duurt zo’n letselschadezaak. Is dat wel iets voor mij?

 

Wat kunnen wij voor u betekenen?
Bij Boer & Van Schoonhoven advocaten werken gespecialiseerde letselschade advocaten die u helpen bij het verhalen van uw schade. Wij onderhandelen namens u met de aansprakelijke verzekeraar, wij inventariseren uw schade en vragen om voorschotten op uw schade. Dat kost u vaak niets. Als de aansprakelijkheid is erkend, moet de aansprakelijke verzekeraar onze kosten betalen.

Omdat wij advocaten zijn, kunnen en mogen we meer dan een letselschaderegelaar, een jurist of een belangenbehartiger van uw rechtsbijstandsverzekeraar. Wij kunnen uw geschil met een verzekeraar bijvoorbeeld voor de rechter brengen als de onderhandelingen met de aansprakelijke partij zijn vastgelopen. Of een deel van het geschil over bijvoorbeeld de hoogte van het percentage eigen schuld. Dat heet een deelgeschilprocedure waarbij de aansprakelijke partij uw advocaatkosten moet voldoen. We kunnen de kosten van een procedure voor u dus vaak beperkt houden. Kortom, met Boer & Van Schoonhoven advocaten staat  u sterker.

Spreekuur
In oktober houden wij met ingang van 9 oktober, elke dinsdag van 16.30 tot 19.30 uur spreekuur voor letselschadevragen. Heeft u vragen? Maak dan een geheel vrijblijvende afspraak met ons secretariaat. Ons telefoonnummer: 0578 – 69 00 80. Mailen mag natuurlijk ook: info@bvs-advocaten.nl.

Graag zien wij u op ons spreekuur!